Alles weten over muziek maken? Ga naar onze Muziekschool Kaatsheuvel

Afscheid vol trots

Afscheid vol trots

Twintig jaar lang gaf Carlo Bergmans leiding aan het Opleidingsorkest, ons huidige Midden Orkest. Zelf kan hij het zich niet meer herinneren, maar het eerste concert dat Carlo dirigeerde was in Waspik.

De HarmonieBerichten van oktober 1998berichtten hierover: “Complimenten voor een mooie uitvoering waren er van dirigent Carlo Bergmans op de voorspeelavond voor opleidingsorkesten te Waspik die onder auspiciën van het Centrum voor Muziek en Dans in Waalwijk werd georganiseerd. De orkesten uit Waspik, Drunen, Waalwijk en Kaatsheuvel speelden elk vier stukken waarna gezamenlijk werd afgesloten met Heart and Soul.”

Nu, twintig jaar later, sloot Carlo een interessante en succesvolle periode als dirigent af met het themaconcert ‘Around the World’. Volop reden om terug te kijken.

Je wilde al op jonge leeftijd de dirigentencursus volgen. Mede dankzij de harmonie werd dit mogelijk. Wat was je doel?   

“Ik speelde trompet en vond muziek maken leuk. Maar ik vond het ook leuk om me in muziek te verdiepen. Meer ambitie had ik niet. Ik had niets speciaals voor ogen. Destijds was Jos van Heijst tweede assistent. Als dirigent Nico Haneveld niet kon stond Jos er voor. En om in de toekomst te kijken leek het me wel leuk om de assistent dirigentencursus te volgen. Ik deed dat toen samen met Sjef Heezius. Ik was 20 jaar. Een jaar lang reden we elke zaterdag naar het SMOC in Vught. Met succes.“

Je had al enkele jaren je certificaat toen je het opleidingsorkest over nam van Theo Gerris. Wat is je van het begin bij gebleven?

“Het opleidingsorkest was een initiatief van secretaresse Mario Heezius. De eerste dirigent hiervan was Peter Paul van Esch. Ik begon bij het aspirantenorkest dat werd geleid door mijn vader. De kloof was te groot geworden tussen lessen, opleiden en spelen in een orkest. Snel samen spelen stond daarom voorop om het juiste verenigingsgevoel te krijgen. Daarom is toen ook een slagwerkorkestje gevormd. De doorstroming naar Midden Orkest en Groot Orkest blijft een punt van aandacht.”

“Het eerste openbare optreden met het opleidingsorkest kan ik me niet goed herinneren, maar wat me altijd wel bij is gebleven zijn de eerste repetities tijdens het kamp in Diessen. Ons pa speelde mee en ook Ans. We hadden in maart 1998 ons eerste kindje gekregen. Bart lag op een dekentje aan de zijkant van het orkest terwijl wij oefenden. Op de lessenaar stond Contrasto Grosso, dat later ook door Peter Paul op de lessenaar bij het Groot Orkest werd gezet.”

 Je dirigeert al 20 jaar de jeugd en stond zodoende mede aan de basis van onze jeugdopleiding.  Ben je tevreden met wat je neer hebt gezet en wat je nu over draagt?

“Tevreden? Daar moeten anderen maar over oordelen. Ik ben blij dat we een vereniging hebben waar het goed mee gaat in tegenstelling tot vele andere verenigingen die omvallen omdat er geen aanwas is. Wij hebben een gezonde opleiding waar plezier en muziek maken samen gaan. Ik heb veel waardering voor de Opleidingscommissie. In hoofdlijnen doen we het goed ondanks dat er een periode is geweest dat er weinig muzikanten over kwamen. De laatste doorstroming is heel goed geweest en ik ben dan ook trots dat we een Midden Orkest van ruim 40 leden in stand kunnen houden.  Dat is niet mijn verdienste maar van de Opleidingscommissie.”

Toch ben je altijd kritisch gebleven op het wervingsbeleid.

“Ja, want je moet veel moeite blijven doen om jeugd te werven in een tijd die wordt beheerst door mobieltjes en andere dingen. Bovendien is de concurrentie van sportverenigingen slopend. Je moet dus blijven prikkelen. En je laten zien door naar buiten te gaan. Je moet je representatief goed weg zetten. Dus geen halfbakken werk. Dat is alleen maar antireclame voor de vereniging.”

“Let wel: ik ben trots op onze opleiding die zich richt op potentiële orkestleden op blaasinstrumenten en slagwerk. Maar ons echt profileren als muziekschool doen we niet. We moeten keuzes maken. Of samenwerken óf de concurrentie aangaan met De Heraut en het Kunstencentrum Waalwijk die het leerlingenaantal drastisch hebben zien dalen. Af en toe dreig je tussen wal en schip te vallen. Dat is een serieuze bedreiging voor de toekomst. Heel onze maatschappij is sneller geworden en ingesteld op het individu. Het verenigingsleven staat onder druk, ook in de sport. Met schoolprojecten als Muziek in de klas, bereik je direct de jeugd, maar er moet meer gebeuren. Je moet de jeugd ook binden en daar doet onze opleiding met veel leuke dingen van alles aan.”

Is het moeilijk als dirigent om de jeugd te blijven enthousiasmeren, met plezier muziek te laten maken en tegelijk het niveau omhoog te tillen?

“Dat is niet moeilijk. Muziek is meer dan nootjes op papier spelen. Je moet er gevoel in leggen. Het verhaal vertellen. Zoals ik bijvoorbeeld deed bij Chateau des amoureux. Wij zijn bij dat kasteel in Frankrijk geweest en kon zo het spannende verhaal eromheen reproduceren. Dan gaat de muziek ineens heel anders klinken.”

“Je moet als dirigent de balans vinden tussen gemoedelijk en serieus werken. Soms moet je de teugels laten vieren en is er tijd voor een grapje. En soms moet je de muzikanten op hun punten wijzen. Dat is soms niet leuk, maar wel nodig om hogerop te kunnen geraken.”

In de afgelopen twintig jaar is het repertoire sterk veranderd. De traditionele harmoniemuziek maakte plaats voor moderne, lichtere muziek. Maar tegelijk werd deze muziek ook moeilijker waardoor veel jeugd op haar tenen moest lopen. Toch zette je niet de makkelijkste nummers op de lessenaar. Een bewuste keuze?

“De muziekkeuze is heel belangrijk, leuk en interessant. Tien jaar geleden stond bij het examen van een dirigent Pavane en Gaillarde op het programma met als tegenhanger Wannabe van de Spice Girls. Dat contrast is leuk. Het is moeilijk een goede mix te vinden tussen harmoniestukken en populaire muziek. Er is te weinig nieuw aanbod waardoor muziekuitgeverijen terug vallen op oud repertoire van gerenommeerde groepen en artiesten. Ik denk ook dat de samenstelling van de harmonie gaat veranderen. Dertig jaar geleden zat er ook geen fagot in het orkest. Nu wel. Er is een neiging naar lichte muziek of er wordt gekozen voor een klassiek symfonisch orkest dat ook de lichte kant op gaat.”

“En vergeet niet, lichte muziek kan ook moeilijk zijn. Het was dan ook een bewuste keuze om moeilijke stukken op de lessenaar te zetten. Er moet altijd een uitdaging zijn. Andere collega muzikanten kunnen je meetrekken naar een hoger niveau. De praktijk bewijst het. En vergeet de essentie niet: muzikanten moeten worden klaar gestoomd voor het groot orkest. Het moet niet te gemakkelijk gaan, daar leer je niets van. We moeten wel blijven waken dat we niet uit de bocht vliegen. En altijd zoeken naar de afwisseling. Ik zal tijdens een repetitie nooit blijven hangen op 1 stuk. Ik zal altijd ook meerdere stukken doorspelen.”

Je hebt met The Night of Harmony de toon gezet voor theatrale producties. Je hebt dat doorgetrokken naar het Midden Orkest met thematische concerten. Hoe belangrijk is dit voor het succes van de opleiding?

“Themaconcerten zijn belangrijk voor zowel de muzikant als het publiek. Zo kun je de grote diversiteit aan muziek laten zien en met andere verenigingen samenwerken. Het is belangrijk dat de mensen over je praten. Dat je in de picture komt. Hoe gaaf was niet onze circusvoorstelling in combinatie met een circus. De kinderen keken hun ogen uit en maakten tegelijk kennis met de muziek.  Ook met Youth for Talent en OO at the Movies hebben we als Midden Orkest onze nek uitgestoken. En met Around the World doen we dat weer. Voor Ans en mij wordt dat ook een feest van herkenning. Toen wij in 1977 in de zaal van Van Dun voor het eerst mee mochten doen, mochten we één nummer meespelen. Dat was Around the World. Met nummers als Bands Around the World  en Canadian  Sunset, dat we rechtstreeks van de Luchtmachtkapel kregen, nemen we mede uit kostenoverwegingen een duik in ons archief.”

Met ‘Around the World’ neemt je afscheid van jouw ‘ kindje’. Oud leden gaan meespelen. Dat moet je een fijn gevoel geven, terwijl het moeilijk is om afscheid te moeten nemen.

“Het doet me deugd dat er oud muzikanten van het opleidingsorkest aanschuiven. Het geeft me een fijn gevoel en getuigt van waardering. Ik laat iets moois achter. En ja. Het is moeilijk om afscheid te moeten nemen. Wat ik daarna in de muziek ga doen weet ik nog niet. Weer trompet spelen? Projectmatig – ook kleinschalig- bezig zijn waarin de harmonie een rol kan spelen? Ik heb er wel over nagedacht, maar ik heb nog geen ei gelegd.”

 

Maurice van Overbeek